maandag 10 januari 2011

Recensie Marcel Croks boek "De staat van het klimaat"

Marcel Crok – De staat van het klimaat
Impressie van Arthur ten Wolde, 16 december 2010

• Gevaarlijk optimistisch: gaat voorbij aan het voorzorgbeginsel en schiet daarin tekort. Crok maakt op het eind een vrij bizarre draai dat klimaatbeleid ondanks alles belangrijk is en dat het veel beter moet. Dit soort zwakke redenaties, die voort lijken te komen uit Croks vooringenomen opvattingen, roepen bij voorbaat twijfel op over de redenaties in de rest van het boek, hoe doorwrocht ze voor een niet‐klimaatdeskundige ook mogen lijken.
• Interessant is vooral wat klimaatwetenschappers van het boek heel laten. We kennen de reactie van Gerard Komen.
• Actueel overzicht van de controverse: Bevat best de nodige nuances, Crok stemt zelf GroenLinks. Heeft duidelijk geprobeerd objectief te zijn. Dat is echter niet altijd goed gelukt. Tegelijkertijd ken ik zelf geen beter actueel overzicht van de controverse. Het was best leuk om te lezen.
• Ondermijnend: het is uiteindelijk een klimaatsceptisch boek dat het vertrouwen in de IPCC en de (klimaat)wetenschap ondermijnt. Dat vermindert ook het draagvlak voor snel en effectief emissiebeleid en stuurt ons nog meer de kant op die we al opgaan: groen beleid onder kapitalistische en nationalistische vlag, d.w.z. gericht op energiezekerheid en betaalbaarheid, en met kernenergie in plaats van CO2‐opslag.
• Eenzijdig en populistisch: boek helt op vele plaatsen (bewust) eenzijdig over naar
klimaatsceptici. Zo formuleert Crok de iris‐hypothese van Lindzen eerst positief, geeft dan toe dat er in 2008 veel kritiek op was, en vervolgt dan met "bijval" uit 2007. Kopt "Is de opwarming van de aarde gestopt?" terwijl Crok best weet dat je over langere perioden moet kijken dan "de afgelopen jaren". Kopt "De illusie van een gevoelig klimaat" op basis van wolkenfeedback terwijl er veel meer over klimaatgevoeligheid is gepubliceerd. Het hoofdstuk "Is die opwarming echt zo desastreus?" gaat voorbij aan literatuur zoals (die achter) Zes Graden en de Klimaatoorlogen. De paragraaf "De oceanen verzuren!" gaat voorbij aan alarmerende wetenschappelijke publicaties zoals “Past constraints on the vulnerability of marine calcifiers to massive carbon dioxide release” by Andy Ridgwell and Daniela N. Schmidt. Nature Geoscience, 14 february 2010. "Klimaatprobleem is geen milieuprobleem" is bijna absurd.
• Deels achterhaald door actualiteit: Croks kritiek op de IPPC komt wat laat. Hij maakt redelijk aannemelijk dat het voor klimaatsceptici een stuk moeilijker is om te publiceren in wetenschappelijke tijdschriften en invloed uit te oefenen op IPCC‐rapporten. Dat betekent dat de poorten verder open moeten voor critici. Dat gaan ze al, al vindt Crok het niet ver genoeg gaan. Verder relativeert Crok zijn commentaar op de consensus met zijn eigen inschatting dat de IPCC‐wetenschappers zich desgevraagd waarschijnlijk in grote meerderheid achter de centrale conclusies zouden scharen.
• Beschuldigend naar klimaatwetenschappers: Croks stelling dat ze overwegend links stemmen doet mij denken aan de opmerking van Wilders aan het adres van de rechters ("D66"). Het negeert ook de mogelijkheid dat klimaatwetenschappers misschien links zijn geworden vanwege hun beroepsmatige kennis over de zorgelijke staat van het klimaat, in plaats van andersom, als het al correct is. Crok bestempelt de open brief van Nederlandse wetenschappers over klimaatverandering wat voorbarig en zonder heldere argumentatie als "wat voorbarig". Je kunt net zo goed concluderen dat het een belangrijke brief is die aangeeft dat een grote groep Nederlandse wetenschappers zich schaart achter de hoofdconclusie van het IPCC.
• Overtuigend dat het wetenschappelijk bewijs beter moet: zie reactie Gerard Komen. Crok maakt aannemelijk dat de temperatuurgegevens uit het verleden deels onbetrouwbaar zijn. Zoals al elders via cherry picking betoogd, maar hier overtuigender. Zoals het voorbeeld van goed KNMI meetstation waarvan de correcties kennelijk niet goed in temperatuurreeksen terecht komen. Onbetrouwbaarheid betekent foutenmarges. Of die marges groter zijn dan de IPCC aangeeft, wordt niet duidelijk. Crok stelt dat een deel van de klimaatwetenschappers de temperatuurreeksen gebruikt zonder rekening te houden de onzekerheden daarin; Komen meldt dat dit juist een bron van zorg is voor onderzoekers. Crok maakt ook aannemelijk dat de klimaatmodellen grote onzekerheden kennen (zie reactie Komen). Het verweer van Santer pareert Crok overigens met de beschuldiging van McKitrick dat Santer zijn analyse heeft verdraaid door de vergelijking te laten eindigen in 1999 in plaats van 2007.
• Het antwoord moet uit de wetenschap komen: Hoe het allemaal zit moet bepaald
worden door publicaties in peer reviewed klimaattijdschriften. Interessant is wat de (op het betreffende gebied deskundige) klimaatwetenschappers ervan vinden, of zij deze onzekerheden goed hebben meegenomen bij het inschatten van de foutenmarge in de temperatuurstijging in het verleden en in de scenario's, en wat een statisticus daarvan vindt. Voor zover dit niet al is gebeurd. Jim Hansen heeft in reactie op eerdere kritiek een indrukwekkend overzicht gegeven van de betrouwbaarheid van temperatuurmetingen. Dus: reacties en publicaties van klimaatdeskundigen afwachten.
• Toch een klein sprankje hoop gevend: stel dat de wetenschap Crok uiteindelijk gelijk geeft en dit de komende tien jaar langzaam duidelijk zou worden. Het klimaat verandert, het komt door de mens, maar de invloed is ongeveer 50% kleiner dan de IPCC nu denkt. Dan blijft de temperatuurstijging de komende decennia wellicht binnen de perken, worden de kantelpunten niet bereikt en hebben we voldoende tijd om de GHG uitstoot tijdig te beperken. Maar ja, we kunnen en mogen hier niet van uit gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten