donderdag 24 maart 2011

Nanopolitiek

Op 17 februari jongsleden vond in de Tweede Kamer een debat plaats over nanotechnologie. Minister Verhagen (EL&I) en staatssecretaris Atsma (I&M) kwamen daarbij wel erg gemakkelijk weg met de kabinetslijn, die ik zou willen samenvatten als “we wachten op Europa”.

Door Arthur ten Wolde*

Wat was er aan de hand? In 2009 heeft de Kamer, op initiatief van Sharon Gesthuizen (SP) en gesteund door de PvdA, een Kamerbrede motie (PDF, 47 kB) aangenomen die aandringt op snelle invoering van een meldplicht voor producten die nanodeeltjes bevatten. Dit houdt in dat bedrijven, die deze producten op de markt brengen, dit moeten melden bij de autoriteiten. Er is namelijk een kleine kans dat sommige van deze producten een risico vormen voor mens en milieu. En er zijn er inmiddels circa 1300 van op de markt.

Ontspannen achteroverleunend loodste Verhagen zijn nanopolitiek door de Kamer. Hij had het dossier zo te zien grondig en efficiĆ«nt bestudeerd. Er gaat veel geld naar onderzoek, dus wetenschappelijk kan Nederland aan kop blijven lopen. De motie van Gesthuizen wordt “Europees uitgevoerd”. Maar dat schiet toch totaal niet op? Toch wel. “Ik ben Europa. Wij zijn Europa”, aldus Verhagen.

Atsma sloot het front. Opvallend voor een milieuminister, zeker gezien de ruimte die het regeerakkoord biedt: dat wat beter op het niveau van de lidstaten kan worden geregeld, moet niet in Brussel worden besloten. Maar de EU steggelt toch al eindeloos over de definitie van nanotechnologie? Waar hangt dat eigenlijk op? Uiterlijk in mei bericht hij de Kamer daarover.

Dat is mooi, maar waarom heeft de Tweede Kamer niet voorgesteld om gewoon aan te sluiten bij het Franse initiatief om een nationale meldplicht in te voeren? Nu gaat het nog jaren duren voor de productveiligheid in Europa goed is geregeld. Intussen is het wachten op een incident dat de hele nanosector een slechte naam bezorgt.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft al aangegeven de beleidslijn van het kabinet te steunen. Naast de Tweede Kamer zijn vooral de toonaangevende nanospelers in het bedrijfsleven aan zet om aan te geven dat er meer nodig is.

* Arthur ten Wolde is gepromoveerd natuurkundige, en werkt nu als senior consultant bij IMSA Amsterdam, een onafhankelijk adviesbureau en denktank voor duurzaamheid en innovatie.

Dit bericht is op 23 maart 2011 gepubliceerd op NanoPlaza, zie http://www.nanoplaza.nl/2011/03/nanopolitiek/

woensdag 9 maart 2011

Reactie op Colum in Trouw van Sebastien Valkenberg "over doemscenario’s die door de techniek achterhaald worden" d.d. 3 maart 2011

Sebastien Valkenberg haalt hard uit naar de Club van Rome als apocalyptische “onheilsprofeet” die ons tot in de badkamer een schuldgevoel zou aanpraten (Verdieping, 3 maart). Niet alleen is zijn kritiek niet nieuw, je mag van een filosoof op zijn minst verwachten dat hij de rapporten die hij bekritiseert ook goed heeft gelezen. Dat is hier duidelijk niet het geval. Hij verwijt de Club van Rome dat deze de factor innovatie vergeten is, maar in de “Grenzen aan de Groei” publicaties van 1972 en 1974 wordt hiermee wel degelijk rekening gehouden via scenario’s waarin de natuurlijke hulpbronnen meer of minder snel opraken. De update uit 2004 beschrijft bovendien een apart scenario met zeer optimistische technologische aannames. Zelfs in dat geval lopen we de komende eeuw aan tegen de grenzen aan de groei.

Het Planbureau voor de Leefomgeving en de Australische organisatie CSIRO hebben onlangs bevestigd dat de wereld zich ruwweg volgens het standaardscenario uit 1974 ontwikkelt. Dit scenario laat zien dat we afstevenen op overshoot en collapse. Niet om de enkele reden dat de olie op raakt – daar doen de modellen in tegenstelling tot wat Valkenberg beweert geen expliciete uitspraak over - maar omdat alle natuurlijke hulpbronnen met steeds meer kapitaal en milieuschade gewonnen moeten worden. Schuldgevoel heeft weinig zin, maar lees eerst deze publicaties eens in plaats van eindeloos te douchen.

Arthur ten Wolde en George Wurpel, IMSA Amsterdam