donderdag 17 februari 2011

Fabrikant moet nanodeeltjes vermelden

Gepubliceerd in NRC Handelsblad, Opinie, 16 februari 2011

De Tweede Kamer vergadert morgen over nanotechnologie. “Nano” betekent klein, een miljoenste deel van een millimeter. Nanostructuren kunnen overal in zitten: van koffiemelkpoeder tot sokken, en van koelkasten tot gezichtscrèmes. Naar schatting zit het al in meer dan duizend consumentenproducten. Wetenschappers zien grote mogelijkheden, maar ook risico’s in het toepassen van nanotechnologie. Nanotechnologie is van belang voor topbedrijven zoals DSM, AkzoNobel, Dow, Philips en ASML. Tegelijk komen de meeste nanoproducten via import ons land in. Omdat er nog veel onbekend is over de risico’s is het nodig dat minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) en staatssecretaris Atsma (Milieu, CDA) de veiligheid waarborgen voor mens en milieu.

Het kabinet zet in op nano, ondanks de grote onzekerheden over de risico’s van de superkleine deeltjes. Ook Nederlandse burgers willen verder met nanotechnologie, maar alleen als de overheid garandeert dat nanotoepassingen veilig zijn. Dat blijkt uit de door de overheid zelf georganiseerde ‘Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie’.

Titaandioxidenanodeeltjes zitten als uv-filter in gezichts- en zonnebrandcrèmes. Onder bepaalde omstandigheden kunnen die minieme deeltjes door de huid heen dringen. Wat onverwachte, toxische reacties op kan leveren in lichaamsweefsel van mens en dier. Onderzoek waarbij bijvoorbeeld grote hoeveelheden titaandioxide nanodeeltjes aan proefdieren werden gevoerd, wijzen uit dat onder bepaalde omstandigheden onstekingsreacties en zelfs kanker behoren tot de risico’s. Meer onderzoek is nodig om conclusies te kunnen trekken voor de mens. Hoe dan ook is cruciaal dat de nanodeeltjes goed zijn gecoat. We weten niet of dat bij alle producten het geval is.

Nanozilver zit als antibacterieel middel in sokken, koelkasten en op toetsenborden. Bekend is dat nanozilver doorgaat met zijn antibacteriële werking als het bijvoorbeeld via het wassen van kleding in het milieu terechtkomt. Ook kan een ruime toepassing van nanozilver mogelijk leiden tot resistentie van mensen tegen nanozilver. Dat zou als gevolg kunnen hebben dat de medische industrie nanozilver niet meer toe kan passen als desinfectans. Verder zijn er aanwijzingen dat nanozilver de kwaliteit van sperma negatief kan beïnvloeden. Het Duitse Nationale Instituut voor Risicobeoordeling BfR heeft in juni 2010 het advies gegeven om vooralsnog geen nanozilver in consumentenproducten toe te passen.

Nanosilica zit als antiklontermiddel in sommige koffiepoeders en poedersoepen. Pas afgelopen jaar is dit toegegeven door de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie. Het RIVM doet extra onderzoek naar de risico’s hiervan.

Natuurlijk is het belangrijk om in te spelen op de kansen die nanotechnologie ook biedt. Tegelijk is het nodig om incidenten te voorkomen. Niemand wil een herhaling van de problematische introductie van genetische gemodificeerde voedingsgewassen (gmo’s). Laat staan een scenario zoals we dat van asbest kennen. Normaal gesproken is er regelgeving die burgers beschermt tegen incidenten, maar het aanpassen en invoeren van belangrijkste Europese wet- en regelgeving voor de toelating van nanoproducten, REACH, kost nog twee tot vier jaar. Ondertussen is niet duidelijk of alle producten die nu op de markt zijn en komen, veilig zijn.

Daarom moeten Schippers en Atsma in de tussentijd extra maatregelen nemen. Dat begint met transparantie in de vorm van een snelle invoering van een meldplicht voor nanoproducten. Zo kunnen consumenten zelf bepalen of ze een product met nanodeeltjes willen kopen of niet. Een deel van het bedrijfsleven verzet zich tegen Nederlandse regelgeving, terwijl sommige bedrijven met nano in eigen producten zich aan het debat onttrekken. Dit vanuit de angst slapende honden wakker te maken. Volgens het Duitse Öko Institut is een register haalbaar en nuttig. Frankrijk werkt al aan een eigen nanoregister. Zelfs het Australische bedrijfsleven pleit voor meldplicht. De Duitse milieuminister wil meldplicht op Europese schaal.

Ook is er meer en beter gecoördineerd onderzoek nodig, te beginnen met het bijeen harken van de versnipperde testresultaten die diverse EU-onderzoeken hebben opgeleverd. Over de noodzaak van meer nanotoxicologisch onderzoek, internationale normen en testprotocollen bestaat brede consensus. Het kabinet moet daar op inzetten. Ook kan het Kabinet meer proefprojecten met branches opzetten, naar goed voorbeeld van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie.

Om deze maatregelen snel in te voeren, is het goed als Tweede Kamer en regering het bestaande klankbordoverleg tussen overheid, bedrijfsleven, wetenschappers en maatschappelijke organisaties uitbreiden tot een onafhankelijk platform. Bovendien is het nodig de onafhankelijke publieksdialoog voort te zetten om de aanpak van de risico’s en nieuwe ontwikkelingen te bespreken, maar ook om het draagvlak te versterken voor de vele kansen die nanotechnologie biedt, zoals goedkopere zonnepanelen en nieuwe medicijnen.

Transparantie en dialoog maken geen slapende honden wakker, integendeel. Ze zorgen er voor dat overheid, bedrijfsleven, wetenschap en maatschappelijke organisaties de veiligheid van mens en milieu zo goed mogelijk kunnen waarborgen.

Arthur ten Wolde werkt als senior consultant bij denktank IMSA Amsterdam
Sijas Akkerman werkt als teammanager Landbouw en Economie bij Natuur &Milieu

Geen opmerkingen:

Een reactie posten